Kanttekeningen

Inspiratie en ervaring
Het woord’ Inspiratie’ doet me denken aan het Franse woord ‘inspirer, inademen wat van buiten komt in tegenstelling met ‘expérience’ en het werkwoord ‘expirer’ van wat van binnen naar buiten gaat. De twee gaan op een natuurlijke manier samen, ik laat me echter maar deels in met inspiratie en de indrukken van buitenaf alhoewel ik op de hoogte ben van de verwantschap tussen mijn werk en dat van sommige andere kunstenaars. Het geeft me vertrouwen en moed dat velen van hen met dezelfde dingen bezig zijn die ook mij bezighouden.

Volledige tekst in pdf

Over creativiteit
De materie is een krachtbron vol van mogelijkheden, een poëtisch ruw veld vol associaties waarin onze experimenten zich kunnen ontwikkelen tot een bewuste keuze. Als kunstenaar is het voor mij belangrijk dat ik deze keuze koppel aan een wereldbeeld waarvan ik denk dat het onze menselijkheid bevordert. Creativiteit is daarbij een neutrale kracht maar geen vector. GVDB.

Als kunstenaar creatief gestalte geven

Als kunstenaar creatief gestalte geven aan de materie vereist een aanpak waarbij die de geesteshouding van belang is …

Volledige tekst in pdf

Cha-no-yu

De theekom is onderdeel van de theeceremonie in de Chinese en de Japanse cultuur.

Volledige tekst in pdf

Eenheid tussen oppervlak en drager

Zoals de picturale uitbeelding is verschoven van het loutere representatieve tot het meer rationele…
Volledige tekst in pdf

Het gewone buitengewoon maken

Wat gebeurt er in onze geest wanneer we geconfronteerd worden met een ongewone situatie, of een voorwerp dat we voordien niet hebben gezien?
Volledige tekst in pdf

Kleur en keramiek

Hoe komen we tot een keuze in het gebruik van kleur in de keramiek
Volledige tekst in pdf

Schoonheid en harmonie als verzet

Er is in elk creatief proces een ogenblik dat zich niet laat plannen. Een ogenblik dat niet begint in het hoofd, en ook niet in de hand, maar ergens daartussen — of misschien zelfs daarbuiten. Een lichte verschuiving, een opening in het materiaal, een richting die zich aandient zonder zich op te dringen. Alsof de vorm, nog ongeboren, al een vermoeden van zichzelf draagt.

Onze blik is gevormd door jaren van zien, verliezen, wachten. We herkennen de kleine afwijkingen, de spanningen die nog geen naam hebben. Maar kijken alleen schept niets. Het is slechts de opening waardoor iets anders naar binnen kan komen

.

De hand beweegt. Ze kent de weerstand van klei, de traagheid van drogen. Ze herhaalt, faalt, herneemt, en legt haar weten vast in een geheugen dat ouder is dan woorden. Maar ook de hand is niet de oorsprong. Ze is het instrument dat wacht op een toon die nog moet klinken.

En dan, soms onverwacht, ontstaat er een helderheid die niet uit wilskracht komt. Een innerlijke stuwing die door ons waart. De Grieken spraken van nous: een inzicht dat verschijnt als een lichtval. Bachelard zou zeggen dat de materie droomt, Merleau Ponty dat het zicht belichaamt — maar hier is het eenvoudigweg het werk dat zich begint te verzamelen. De taoïsten noemen het wu wei: handelen zonder te forceren, meebewegen met wat wil ontstaan. Het is het moment waarop de scheiding tussen ons en het materiaal oplost.

In dat moment begint de ordenende beweging. Niet als regel, niet als methode, maar als een trilling die de delen naar elkaar toe trekt. Lijnen vinden hun spanning. Holtes openen zich. Kleur zoekt die ene plek waar ze thuiskomt. Wat eerst los stond, begint te resoneren. Zoals in muziek een tegenstem niet botst maar draagt, zo ontstaat in het werk een harmonie die niet glad is, maar levend; niet perfect, maar noodzakelijk.

Chaos is dan geen vijand, maar oorsprong. Maar alleen wanneer ze wordt opgenomen in deze beweging — wanneer ze wordt beantwoord door aandacht, discipline en een vormende kracht die niet dwingt maar leidt. Vrijheid zonder die kracht valt uiteen in ruis. Vorm zonder die kracht verstijft tot decoratie. Schoonheid verschijnt alleen waar beide elkaar ontmoeten.

Deze ordenende beweging is geen eigendom van ons, geen eigenschap van het materiaal. Ze is het veld dat tussen beiden ontstaat. Een plek waar het werk zichzelf begint te worden, en wij slechts de begeleiders zijn.

Daar, in dit moment van samenvallen, krijgt schoonheid haar kans. Niet als versiering, niet als nostalgie, maar als een moment van waarheid waarin alles even klopt — omdat het niet anders kon. GVDB.

.Organiciteit in Kunst en Keramiek: Dualiteit Overstijgen voor een Levendige Harmonie


De term "organisch" is alomtegenwoordig in kunst en keramiek, maar veel creaties missen de essentie ervan. Organiciteit ligt niet in een vaste esthetiek, maar in de subtiele wisselwerking tussen tegengestelde en complementaire krachten. Zonder deze spanning loopt een werk het risico te vervallen in ofwel vormloosheid, ofwel rigiditeit. Het overstijgen van dualiteit vereist echter allereerst dat men deze volledig erkent.

In de natuur getuigt elke vorm van deze levende interactie. Een boom is daar een perfect voorbeeld van: zijn wortels dringen krachtig de aarde in, terwijl zijn takken zich aanpassen aan de beweging van de wind. Zijn stam, stevig maar doordrongen van vloeiende sapstromen, belichaamt deze harmonieuze co-existentie. Evenzo is een rots die door erosie wordt gevormd het resultaat van een voortdurende dialoog tussen hardheid en transformatie. Deze versmelting van tegenpolen overstijgt hun schijnbare tegenstelling en leidt tot een hogere eenheid.

Ook in planten manifesteert zich deze synergie op verfijnde wijze. Een blad combineert een ogenschijnlijke lichtheid met een complexe interne structuur. De dunne, flexibele bladweefsels worden ondersteund door een fijnmazig netwerk van nerven die stevigheid bieden zonder de soepelheid te belemmeren. Dit geraamte van aderen geleidt voedingsstoffen en water, terwijl het tegelijkertijd de vorm in stand houdt en beweging toelaat. Hierin schuilt een fundamentele les voor kunstenaars en ambachtslieden: ware organiciteit is niet louter zachtheid of sterkte, maar de perfecte versmelting van beide.

Deze benadering sluit aan bij de leer van het taoïsme en andere filosofische tradities die het evenwicht tussen tegenstellingen benadrukken. Yin en yang, verre van louter abstracte concepten, illustreren deze universele dynamiek waarin structuur en beweging, stabiliteit en verandering, naast elkaar bestaan en elkaar voortbrengen. Organiciteit is in deze zin niet slechts een formele harmonie, maar een manifestatie van de natuurlijke orde, een afstemming op de stroom van het leven.

Voor pottenbakkers biedt dit principe diepgaande inzichten. Klei zelf belichaamt deze organische dualiteit: zacht en kneedbaar in natte toestand, maar stevig en gestructureerd na het bakken. Een goed keramisch werk overstijgt echter deze balans en transcendeert de dualiteit volledig. Het is niet slechts een combinatie van beheersing en spontaniteit, maar een manifestatie van een hoger, geïntegreerd principe waarin spanning en harmonie samenvloeien in een onlosmakelijke eenheid. Net zoals erosie een rots in de loop van de tijd vormgeeft, kan het toelaten van natuurlijke interacties tussen glazuur en vuur en het accepteren van imperfecties leiden tot authentiekere, levendige werken.

Een keramische vorm kan deze principes belichamen door spanning en dynamiek in de vormgeving te combineren. Wanneer de dynamiek vertrekt vanuit subtiele accenten in de vorm, blijft de contour behouden en ontstaat er geen vormloosheid. De kracht van het werk wordt gedragen door een innerlijke ruggengraat – een verborgen structuur die de vloeiende beweging ondersteunt zonder haar te verstarren. Zoals de nerven in een blad zowel stevigheid als flexibiliteit bieden, zo kan een goed uitgebalanceerd keramisch object niet alleen een evenwicht vinden tussen vrijheid en vorm, tussen beweging en stabiliteit, maar deze dualiteiten overstijgen in een diepere, onverbrekelijke synthese.

Toch wordt de zoektocht naar organiciteit vaak belemmerd door onze gehechtheid aan onze eigen creaties, die we beschouwen als een verlengstuk van onszelf. Deze gehechtheid leidt ertoe dat we herhalen wat we kennen, waardoor een starre identiteit wordt versterkt in plaats van de evolutie te omarmen die nodig is voor de opkomst van ware organiciteit. Ware beheersing vereist echter dat we de spiegel van onze zekerheden breken, verder gaan dan herhaling en transformatie toelaten. Dit betekent openstaan voor toeval, onregelmatigheden en de dialoog tussen kunstenaar, materiaal en proces.

Natuur versus cultuur

Hoe omgaan met de ons resterende natuurlijke en de tot cultuur omgevormde ruimte? Wat is hun binding en hoe kunnen deze twee samengaan en zich eveneens onderscheiden? Wat is een eventuele harmonische relatie tussen natuur en cultuur? Hoe deze dualiteit overstijgen? Dit zijn de vragen die ik me stel en die ik tracht te beantwoorden binnen het kader van mijn werk...

Volledige tekst in pdf


Nieuwe vormen

Hoe kunnen we vormen maken waarin krachten aan het werk zijn die verwijzen naar de weidse ruimte, de leegte rondom en in ons, zonder dat ze ons aan zetten tot een mogelijke interpretatie of dat ze ons conceptueel denken in gang zetten. Vormen die ons in de eerste plaats beroeren alvorens ze zich openbaren als zijnde interessant. Nieuwe vormen die onze verwondering wekken in plaats van dat ze ons steeds appelleren aan onze ratio. GVDB.a

Als mens ben ik danig geïnteresseerd

Als mens ben ik danig geïnteresseerd in alles wat op me afkomt of wat ik uit nieuwsgierigheid van nabij wil onderzoeken.
Volledig tekst in pdf

De kunst van het mislukken

Als keramist kom je dikwijls voor verrassingen te staan en is falen een deel van de lange weg.
Volledige tekst in pdf

Geen lotus zonder modder

Wanneer we vol bewondering naar een oude 12e-eeuwse chinese celadon vaas kijken van de song-dynastie, wat treft ons dan het meest?
Volledige tekst in pdf

Karakter van de vormgeving op de draaischijf

Elke pot-vorm op de schijf ontstaat uit het samenvoegen van twee krachten:
Volledige tekst in pdf

Om de creatieve weg op te gaan

Om de creatieve weg op te gaan moet men zich niet enkel laten leiden door zijn ideeën of zijn verbeelding.
Volledige tekst in pdf

Nieuwe alinea

Eenheid en diversiteit

Het is de hoogste tijd dat iemand duidelijk maakt dat er een verschil is tussen degenen die klei gebruiken als medium in hun artistieke expressie en degenen die klei gebruiken om aardewerk te maken, of het nu functioneel is of niet. Dat het ene de laatste tijd bewonderd wordt en de ander als ouderwets wordt weggezet lijkt mij te kort door de bocht. Deze misvatting ontstond op het moment  dat keramiek werd ingelijfd  als een volwaardig medium in de hedendaagse kunst  met als gevolg dat het pottenbakkersambacht plots werd beschouwd als zijnde verleden tijd. Het is echter niet nodig om ze deze twee strekkingen op die manier te beschouwen  zoals sommige journalisten de laatste tijd graag doen geloven. Men is  niet a priori  anachronistisch bezig als men bij wijze van spreken nog potten maakt zoals het niet zo is dat alleen de vrije keramiek als expressie de toekomst heeft. Deze  bestaan naast elkaar  en hebben een andere functie en ontstaan vanuit een andere invalshoek. Het ene verheffen door het andere te degraderen doet inbreuk aan de natuurlijke orde. Vernieuwing kan gebeuren op de twee fronten  en hoeft niet noodzakelijk te gebeuren door het oude te verwerpen. Persoonlijk apprecieer ik  sommigen  hedendaagse keramische  expressies en maar ik heb net zoveel respect voor een eenvoudige pottenbakkersvaasvorm. Deze laatste kan me leiden naar de contemplatie en verwondering die veel van de hedendaagse keramische creaties me niet kunnen bieden. Net zoals een eenvoudige thee kom de kwaliteit van mijn dagelijks leven aanzienlijk kan verhogen. Het verschil in benadering en de wijze waarop je creatief gestalte geeft aan de materie  heeft  alles te maken met hoe je als kunstenaar reageert op de  grote problemen en vragen van deze tijd. Het is niet zo dat zij die harmonie en schoonheid in de wereld willen brengen geen notie hebben over de dingen, of dat ze niet in staat zijn om na te denken, of dat ze hun kop in het zand steken bij wat er in de wereld gebeurt, ze handelen en reageren gewoon anders vanuit een andere geest.  Omdat ze geloven dat de chaos en de grote vragen, de problemen van onze tijd niet kunnen worden opgelost door ze simpelweg als ruwe grondstoffen naar buiten te brengen. Deze vragen op zijn mist omvorming tot een cultuur van verfijning die minder kwetsend is, minder choquerend , minder chaotisch. Deze transformatie, deze poging tot omvorming , deze catharsis heeft mijn inziens evenveel bestaansrecht om onze cultuur te vernieuwen GVDB.

De Herontdekking van het Eenvoudige

Over de positie van het draaiwerk binnen de actuele keramiek



De kloof tussen keramiek en actuele kunst is de laatste decennia kleiner geworden. Wat ooit als decoratief en ambachtelijk gold, maakt nu volwaardig deel uit van het hedendaagse kunstdiscours. Toch bracht die emancipatie een nieuwe scheidslijn voort: tussen het draaiwerk – de traditionele pottenbakkerspraktijk – en de zogenoemde vrije keramiek. In veel tentoonstellingen verdwijnt het draaiwerk naar de achtergrond, tenzij het conceptueel wordt ingezet, en het ambachtelijke lijkt opnieuw verdacht, alsof het niet kritisch of experimenteel genoeg zou zijn. Zo herhaalt keramiek binnen haar eigen domein de hiërarchieën waarvan ze ooit zelf het slachtoffer was.

De vrije keramiek zoekt complexiteit: gelaagde vormen, ruwe texturen en discursieve verbanden, nooit geziene vormen die verrassen en uitdagen. Haar betekenis ontstaat er via taal, context en uitleg; het object wordt drager van ideeën en verliest daarmee een autonome aanwezigheid, terwijl het draaiwerk juist een kennis spreekt die niet uitlegbaar is maar beleefbaar. Het draaiwerk spreekt vanuit een lichamelijke, ritmische intelligentie die ontstaat in herhaling en proportie. De draaischijf is een denkruimte waar hand en klei elkaar voortdurend corrigeren, en waar elke vorm evenwicht zoekt tussen orde en chaos, niet om perfectie, maar om een soort resonantie te bereiken. Een goed gevormde pot is daardoor niet de reductie van de werkelijkheid, maar een tijdelijke ordening ervan, een korte synthese van complexiteit, van chaos, onzekerheid en bijsturing.

De herwaardering van het draaiwerk vraagt niet om een terugkeer naar het verleden, maar om een verschuiving van aandacht: niet wat het object betekent, maar hoe het bestaat. Een gedraaide vorm draagt de tijd van haar ontstaan in zich: de constante snelheid van de schijf, de druk van de hand, de kleine correcties die zichtbaar blijven als rimpelingen in de wand. Zij is geen stilstaand beeld, maar gestolde beweging, een tastbare echo van een proces dat continu in verandering is. Waar de vrije keramiek vaak breuklijnen toont, laat het draaiwerk continuïteit zien; niet als ontkenning van breuk, maar als oefening in samenhang. Elke rotatie van de schijf is een poging om een wereld bijeen te houden die voortdurend uit elkaar wil vallen.

Het gebruiksobject draagt een bijzondere paradox in zich: het verdwijnt in zijn functie en verschijnt juist daardoor intenser. Een kom die dagelijks wordt aangeraakt, gewassen, gevuld en geleegd, verwerft een nabijheid die het tentoonstellingsobject zelden bereikt; zij leeft niet op afstand maar in circulatie, in routines van zorg en herhaling. Zo wordt het vat geen drager van betekenis, maar een partner in handeling. In een cultuur die gericht is op zichtbaarheid en uitzonderlijkheid, belichaamt het draaiwerk een vorm van aandacht die niet om spektakel vraagt. Het herinnert ons eraan dat waarde kan ontstaan uit precisie, uit toewijding, uit het geduldig herhalen van een gebaar dat nooit identiek is en nooit definitief voltooid.

De gedraaide pot is geen statement, maar een houding; zij stelt voor dat denken ook kan plaatsvinden via de handen, dat inzicht kan groeien uit materiaalweerstand, en dat vorm een manier is om met onzekerheid te leven zonder haar te willen oplossen. Zo bezien is eenvoud geen reductie, maar concentratie: niet het wegnemen van complexiteit, maar het bijeenbrengen ervan tot een vorm die draaglijk wordt. Zoals een draaikolk water ordent zonder het stil te leggen, zo ordent de pot de krachten die haar hebben voortgebracht.

Misschien is dat wat het draaiwerk uiteindelijk toont: dat kunst niet altijd hoeft te spreken om aanwezig te zijn, en dat in de stille precisie van een eenvoudige vorm een denken kan schuilen dat ouder is dan theorie en tegelijk nog altijd toekomst heeft. Niet “is draaiwerk kunst?”, maar “wat zegt draaiwerk over hoe wij denken dat kunst kennis produceert?” De pot, eenvoudig van uiterlijk, blijkt een instrument van kennis, concentratie en filosofie – een stille, tastbare reflectie op de wereld die groter is dan woorden en tentoonstellingen.